Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 4

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2002

1. Bemanningsleden, aan wie in de alarmrol van het schip een veiligheidstaak wordt opgedragen, dan wel die een taak ten aanzien van het voorkomen van verontreiniging van de zee hebben, zijn in het bezit van een kennisbewijs waaruit blijkt dat zij met goed gevolg een erkende training en opleiding «basisveiligheid» als bedoeld in artikel 65 hebben gevolgd, tenzij zij aan de hand van een monsterboekje of van een soortgelijk document kunnen aantonen dat zij reeds vóór 1 augustus 1998 aan boord van zeeschepen werkzaam waren. 2. Voor bemanningsleden met de functie van ten minste wachtstuurman, wachtwerktuigkundige of maritiem officier geldt het geldige vaarbevoegdheidsbewijs als het kennisbewijs, bedoeld in het eerste lid. 3. Bemanningsleden die niet behoren tot de categorieën genoemd in het eerste of het tweede lid, krijgen, voordat zij hun taken aan boord beginnen, voldoende informatie en instructie teneinde: met de overige opvarenden over elementaire veiligheidszaken te kunnen spreken, begrip te hebben van de veiligheidssymbolen en de alarmseinen te kennen; te weten wat te doen indien: iemand over boord valt; vuur of rook wordt ontdekt; het sein «brandalarm» of «schip verlaten» wordt gegeven; te weten waar de reddingsgordels zich bevinden en hoe deze om te doen; alarm te kunnen slaan en bekend te zijn met het gebruik van handbrandblussers; te weten wat te doen bij een ongeluk voordat hulp wordt ingeroepen; de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van openingen in de romp, te kunnen sluiten en openen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel