Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 4

Artikel 29

Artikel 29

Onderdeel van Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. In een geval van vernieuwing als bedoeld in artikel 28, wordt het oorspronkelijke vaarbevoegdheidsbewijs dat is vernieuwd, ingenomen of, zonodig, ongeldig gemaakt. 2. Een vaarbevoegdheidsbewijs dat door verloop van de geldigheidsduur ongeldig is geworden, en dat niet op grond van artikel 27 kan worden vernieuwd, wordt op verzoek vernieuwd, indien de aanvrager, direct voorafgaand aan de aanvraag: een daartoe bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, erkende opleiding met goed gevolg heeft afgesloten; gedurende drie maanden in een naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie relevante functie boven de sterkte heeft gevaren, of op grond van een ontheffing, gedurende ten minste drie maanden in een naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie relevante, maar lagere functie heeft gevaren, dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel