Voor de afgifte van het kennisbewijs «middelbaar maritiem officier»,
voldoet de aanvrager aan:
voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift II/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift III/1, paragrafen 2.2 en 2.3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift III/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code;
sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigator, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement;
sectie A-III/1, paragraaf 1 tot en met 8, van de STCW-Code;
sectie A-III/2, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement;
sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en
heeft de aanvrager een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een jaar, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier en gedurende ten minste een half jaar dienst gedaan in de machinekamer.
Hoofdstuk 4 › § 2
Artikel 37
Artikel 37
Onderdeel van Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2002