**1.** De scheepsbeheerder draagt ervoor zorg dat alle bemanningsleden die als chef van de wacht als bedoeld in sectie A-VIII/2, onderdeel 1 van de STCW-Code, zijn aangesteld, alsmede de bemanningsleden die dienstdoen als wachtgezel, niet minder dan zeventig uur rust wordt gegeven gedurende elke periode van zeven dagen.
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid handelt de scheepsbeheerder, onderscheidenlijk de kapitein overeenkomstig sectie A-VIII/1 van de STCW-Code.
**3.** De bepalingen ten aanzien van de rusttijd, zoals gesteld in het eerste lid, behoeven niet te worden nageleefd ingeval van een noodsituatie, bij het houden van een nood- of veiligheidsoefening of in andere doorslaggevende operationele omstandigheden. De kapitein beslist of de zich voordoende operationele omstandigheden doorslaggevend zijn.
**4.** De kapitein zorgt er voor dat er wachtschema's worden opgehangen op een voor eenieder toegankelijke plaats.
Hoofdstuk 2 › § 1
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2002