Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het kennisbewijs «middelbaar maritiem officier» de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:
maritiem officier, wachtstuurman en eerste stuurman tot 3000 GT, indien hij in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie», en de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;
wachtwerktuigkundige, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;
eerste stuurman, indien hij, naast het certificaat genoemd in onderdeel a, in het bezit is van het kennisbewijs «radarnavigator», het kennisbewijs «scheepsmanagement-N» en een diensttijd heeft van ten minste twee jaar als stuurman of maritiem officier;
tweede werktuigkundige, indien hij een diensttijd heeft van ten minste een jaar;
hoofdwerktuigkundige, indien hij in het bezit is van het kennisbewijs« scheepsmanagement-W» en een diensttijd heeft van ten minste vier jaar als werktuigkundige of maritiem officier, waarvan ten minste een jaar als tweede werktuigkundige of eerste maritiem officier;
eerste maritiem officier, indien hij, naast de certificaten genoemd in de onderdelen a, c en e, een diensttijd heeft van ten minste drie jaar als maritiem officier;
kapitein, indien hij naast de certificaten genoemd in de onderdelen a en c, een diensttijd heeft van ten minste vier jaar als stuurman of maritiem officier, waarvan ten minste een jaar als eerste stuurman of eerste maritiem officier.
Hoofdstuk 5 › § 1
Artikel 71
Artikel 71
Onderdeel van Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2002