Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 2

Artikel 88

Artikel 88

Onderdeel van Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2002

1. Dit artikel is van toepassing op kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel met een veiligheidstaak aan boord van passagiersschepen. 2. Alvorens hun taken aan boord van passagiersschepen worden opgedragen hebben de betrokken zeevarenden een door het hoofd van de Scheepvaartinspectie goedgekeurd schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat zij de opleiding, vereist in het vierde tot en met het zesde lid, in overeenstemming met hun hoedanigheid, taken en verantwoordelijkheden, met goed gevolg hebben voltooid. 3. Zeevarenden van wie verlangd wordt dat zij een opleiding hebben gevolgd in overeenstemming met het vierde, zevende en achtste lid, volgen passende herhalingscursussen met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar. 4. Personeel aan boord van passagiersschepen, aan wie in de alarmrol de taak wordt opgedragen om passagiers bij te staan in noodsituaties, hebben het bewijs dat zij de training in groepsbegeleiding, bedoeld in artikel 53 hebben voltooid. 5. Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel met een veiligheidstaak aan boord van passagiersschepen dat belast is met bijzondere taken en verantwoordelijkheden, hebben het bewijs dat zij de familiarisatietraining voor het betreffende passagiersschip, bedoeld in artikel 54, hebben voltooid. 6. Personeel aan boord van passagiersschepen dat in de passagiersruimten direct betrokken is bij de dienstverlening aan passagiers, hebben het bewijs dat zij de veiligheidstraining, bedoeld in artikel 55, hebben voltooid. 7. Kapiteins, eerste maritiem officieren, eerste stuurlieden en iedereen die aan boord van passagiersschepen die belast zijn met de directe verantwoordelijkheid voor het aan en van boord gaan van passagiers, het laden, lossen of vastzetten van de lading, zijn in het bezit van het kennisbewijs «passagiersveiligheid», bedoeld in artikel 56. 8. Kapiteins, eerste stuurlieden, eerste maritiem officieren, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen en anderen aan boord van passagiersschepen die verantwoordelijkheid dragen voor de veiligheid van passagiers in noodsituaties, zijn in het bezit van het kennisbewijs «crisisbeheersing en menselijk gedrag», bedoeld in artikel 57.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel