Naar hoofdinhoud

§ 2a

Artikel 4e

Artikel 4e

Onderdeel van Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2016

1. De handpalmafdrukken van gewezen verdachten worden vernietigd: twaalf jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder g, is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, en in het kader van het misdrijf de handpalmafdrukken zijn verwerkt, twintig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder g, is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, en in het kader van het misdrijf de handpalmafdrukken zijn verwerkt, tachtig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder g, is gedaan in verband met een misdrijf dat op grond van artikel 70, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht niet aan verjaring onderhevig is, en in het kader van het misdrijf de handpalmafdrukken zijn verwerkt, wanneer naar het oordeel van de officier van justitie vaststaat dat herziening ten nadele op grond van artikel 482a, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering uitgesloten is, dan wel terstond na het overlijden van betrokkene. 2. De in het eerste lid, onder a, b en c, genoemde termijnen belopen zes, tien, respectievelijk twintig jaar indien de gewezen verdachte ten tijde van het begaan van het feit waarop de rechterlijke uitspraak betrekking heeft de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt. Artikel III van Stb. 2016/171 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel