**1.** Een buitenlandse verbindingsofficier heeft primair tot taak bijstand te verlenen bij:
de informatie-uitwisseling ten behoeve van de voorkoming en opsporing van strafbare feiten;
het verzoeken tot de uitvoering van rechtshulp in strafzaken;
de informatie-uitwisseling ten behoeve van het voorkomen of tegengaan van verstoringen van de openbare orde.
**2.** Onder deze taak wordt begrepen:
het verstrekken van informatie uit de zendstaat aan de Nederlandse politie en justitie en overige opsporingsdiensten, voorzover verenigbaar met de wetten en regelingen van de zendstaat;
het begeleiden van door de zendstaat bij Nederland ingediende rechtshulpverzoeken en het bemiddelen ter bevordering van de uitvoering ervan (inkomende rechtshulpverzoeken).
**3.** Onder deze taak wordt mede begrepen:
het in ontvangst nemen en doorgeleiden van Nederlandse informatie aan opsporingsdiensten en -autoriteiten in de zendstaat;
het begeleiden van Nederlandse rechtshulpverzoeken aan de zendstaat en het bemiddelen ter bevordering van de uitvoering ervan (uitgaande rechtshulpverzoeken).
**4.** Is in de zendstaat een Nederlandse verbindingsofficier gestationeerd, dan kunnen de taken, bedoeld in het derde lid, tevens geheel of gedeeltelijk door deze persoon worden uitgeoefend.
§ 2
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Regeling buitenlandse verbindingsofficieren· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2002