Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 18

Delegatie

Onderdeel van Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 24 mei 2002

1. De minister kan de bevoegdheid delegeren tot het nemen van besluiten met betrekking tot subsidiëring van in het kader van een programma op te starten projecten. 2. De delegatie blijkt expliciet uit de subsidieverlening. 3. Indien de subsidieontvanger bij de uitoefening van de delegatiebevoegdheid het door de minister beschikbaar gestelde subsidiebedrag overschrijdt, dan komt die overschrijding geheel voor rekening van de subsidieontvanger tenzij de minister hiertoe anders beslist. 4. Aan de delegatie wordt een looptijd verbonden. Indien door de subsidieontvanger besluiten worden genomen waaruit verplichtingen tot subsidiëring volgen die ingaan na afloop van de looptijd van de delegatie, dan komen de financiële consequenties geheel voor rekening van de subsidieontvanger tenzij de minister hiertoe anders beslist. 5. Een subsidie ontvanger waaraan de bevoegdheid tot het nemen van besluiten omtrent subsidiëring wordt gedelegeerd, is verantwoordelijk voor het opstellen van voorwaarden waaronder hij besluiten tot subsidiëring zal honoreren. Hieronder valt in ieder geval de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van een subsidieplafond.

Rechtspraak bij dit artikel