De omvang van het budget wordt per school vastgesteld op basis van:
het aantal leerlingen,
het schoolgewicht of het aantal cumi-leerlingen,
het aantal ambulant begeleide leerlingen.
Tenzij in deze publicatie anders is aangegeven wordt bij het bepalen van het aantal leerlingen uitgegaan van het aantal leerlingen dat de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar bezocht. Voor basisscholen wordt het aantal in deze publicatie bedoelde leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 van de WPO; voor speciale scholen voor basisonderwijs geldt het bepaalde in artikel 122 van de WPO, voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs het bepaalde in artikel 118 van de WEC en voor scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging geldt het bepaalde in artikel 234 van de WVO. Hierbij wordt uitgegaan van de gegevens zoals die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het definitieve door de accountant vastgestelde leerlingaantal daarvan afwijkt, kan een herberekening van de omvang van het budget plaatsvinden.
Bij de rijdende scholen wordt uitgegaan van de gemiddelde hoogste dagtelling’ als bedoeld in artikel B16L van het Besluit trekkende bevolking WPO.
Voor samengevoegde scholen voor ligplaatsonderwijs wordt het aantal leerlingen bepaald door de gemiddelde hoogste dagtellingen (artikel 15L Besluit trekkende bevolking WPO) van de bij de samenvoeging betrokken scholen bij elkaar op te tellen.
Schoolgewicht voor basisscholen is het schoolgewicht zoals bedoeld in artikel 15b van het Formatiebesluit WPO. Onder cumi-leerlingen worden verstaan de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond zoals bedoeld in artikel 1 van het Formatiebesluit WPO, artikel 1 van het Formatiebesluit WEC of artikel 12 van het Formatiebesluit WVO.
Het schoolbudget voor basisscholen bestaat uit:
A= het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 182,27;
B= het schoolgewicht, vermenigvuldigd met € 182,27.
Kleine basisscholen ( minder dan 145 leerlingen) tellen daar bij op:
C= de uitkomst van de formule € 3506,71 - € 24,19 X het aantal leerlingen;
Basisscholen waarvan 70% of meer leerlingen die de school op 1 oktober 2000 bezochten met de factor 0,9 bijdragen aan het schoolgewicht voegen daar nog aan toe
D= (het totaal aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 83,07) plus (het schoolgewicht vermenigvuldigd met € 103,04).
Het schoolbudget voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit:
A= het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 298,39;
B= het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 110,80.
Speciale scholen voor basisonderwijs die 1 oktober 2000 worden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen voegen daar nog aan toe:
C= (het totaal aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 150,58) plus (het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 172,42).
Het schoolbudget voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat uit:
A= het aantal so-leerlingen en vso-leerlingen, vermenigvuldigd met de bedragen in de bijlage genoemd onder a;
B= het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 121,40
C= het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 86,55
Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs die op 1 oktober 2000 worden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen voegen daar nog aan toe:
D= (het totaal aantal leerlingen vermenigvuldigd met het bedrag in de bijlage genoemd onder b plus het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 287,38 plus het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 62,27). a en b zijn volgens de bijlage afhankelijk van de onderwijssoort.
Het schoolbudget voor scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging bestaat uit:
A= het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 268,56;
B= het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 72,00;
C= het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 47,16.
Bovenstaande scholen die 1 oktober 2000 worden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen voegen daar nog aan toe:
D= (het totaal aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 12,59) plus (het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 486,77 plus het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 115,35).
Het schoolbudget is een vrij besteedbaar budget voor personele doeleinden dat wordt uitgekeerd in de vorm van geld. Scholen beschikken daarmee structureel over financiële ruimte om zelfstandig afwegingen te maken en daarbij voldoende rekening te houden met de specifieke situatie waarin zij zich bevinden. Bij besteding aan personele doeleinden kan onder andere worden gedacht aan:
salariskosten
kosten van ondersteunende functionarissen
kosten voor LIO’s en hun begeleiders,
toelagen, gratificaties en extra periodieke verhogingen
extra salariskosten van hoger ingeschaald personeel (functiedifferentiatie)
extra salariskosten in verband met betaald ouderschapsverlof
overige personele kosten zoals:
kosten van nascholing en deskundigheidsbevordering van het personeel en management
kosten in verband met arbeidsomstandigheden en arbo-zorg,
kosten van arbeidsmarktbeleid
integraal personeelsbeleid.
Als gevolg van de samenvoeging van het schoolprofielbudget (PKI-budget) met het schoolbudget kan bij de besteding aan personele doeleinden tevens worden gedacht aan kwaliteitsverbetering en innovatie.
Het schoolbudget wordt in twee termijnen beschikbaar gesteld, te weten 5/12 deel in oktober 2002 en 7/12 deel in januari 2003.
De verantwoording en monitoring van de besteding vinden op overeenkomstige wijze plaats als in het schooljaar 2001-2002. Voor de wijze waarop de besteding dient te worden verantwoord, wordt daarom verwezen naar de publicatie ’Verantwoording en monitoring van het schoolbudget in het primair onderwijs’, PO/PJ/2001-43137, gepubliceerd in Uitleg Gele katern nr. 30 van 12 december 2001.
Artikel 5
Uitgangspunten bij de berekening van de omvang van het schoolbudget
Onderdeel van Maatregelen in verband met deregulering en autonomievergroting op korte termijn (schoolbudget met ingang van 1 augustus 2002)· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2002