Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf 4

Artikel 21

Artikel 21

Onderdeel van Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Nadat hij de optieverklaring in behandeling heeft genomen, verzoekt de Gouverneur de Minister van Algemene Zaken die het aangaat de door de optant verstrekte gegevens te toetsen aan de gegevens die in de basisadministratie zijn opgenomen. 2. Met betrekking tot personen die in de optieverklaring zijn genoemd en die geen hoofdverblijf hebben in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten verzoekt hij zo nodig, al naar gelang de plaats waar zij als ingezetene zijn ingeschreven in de basisadministratie, aan de burgemeester van de gemeente, de gezaghebber van het betrokken openbaar lichaam om binnen tien weken de hem verstrekte gegevens te toetsen. 3. Met betrekking tot personen die in de optieverklaring zijn genoemd en die geen hoofdverblijf hebben in het Koninkrijk, verzoekt hij, zo nodig, de Minister van Buitenlandse Zaken de hem verstrekte gegevens zo mogelijk binnen tien weken te toetsen. 4. Hij verzoekt in het voorkomende geval de Minister van Buitenlandse Zaken de gegevens van personen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, binnen vier weken te toetsen aan de gegevens die zijn opgenomen in het door deze gehouden register. 5. Hij onderzoekt, voor zover mogelijk, de juistheid van de gegevens die niet op de in het eerste tot en met het vierde lid aangegeven wijze kunnen worden getoetst. 6. De in het tweede tot en met het vierde lid genoemde autoriteiten zijn verplicht de genoemde medewerking te verlenen. Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel