Onverminderd de bepalingen van artikel 10.3, zevende lid, van het besluit dient ieder vaartuig waarvan de lengte 24 meter of meer bedraagt te zijn voorzien van een radarinstallatie die ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is. Deze radarinstallatie dient in staat te zijn in de 9Ghz-band te werken.
§ 2
Artikel 9
Radarinstallaties
Onderdeel van Regeling vaargebieden vissersvaartuigen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 31 mei 2002