De Flora- en faunawet is op 1 april 2002 in werking getreden. Deze wet bundelt de bepalingen omtrent de soortenbescherming die voorheen in de Vogelwet 1936, de Natuurbeschermingswet, de Jachtwet, de Wet bedreigde dier- en plantensoorten en de Nuttige dierenwet 1914 waren opgenomen.
De systematiek van de Flora- en faunawet is ten opzichte van de Jachtwet gewijzigd. De Flora- en faunawet kent nog slechts 6 wildsoorten (haas, fazant, patrijs, wilde eend, konijn, houtduif), waarop in beginsel de jacht kan worden geopend. Voor de overige diersoorten geldt een regime van beheer en schadebestrijding. Ook voor de 6 wildsoorten geldt dit regime van beheer en schadebestrijding buiten de bepalingen omtrent de reguliere jacht.
De Wet wapens en munitie verbiedt in beginsel het voorhanden hebben en dragen van wapens. Deze verbodsbepalingen omtrent voorhanden hebben en dragen van wapens gelden onder meer niet indien men beschikt over een jachtakte. De Flora- en faunawet bevat een aantal eisen waaraan moet zijn voldaan alvorens een jachtakte kan worden verleend.
De eisen die worden gesteld aan het verlenen van een jachtakte en de wapens die daarop mogen worden bijgeschreven zijn dus enerzijds gebaseerd op de Wet wapens en munitie en anderzijds de Flora- en faunawet.
De genoemde uitzondering om wapens en munitie voorhanden te mogen hebben en te dragen geldt alleen voor de voor de jacht of beheer en schadebestrijding in Nederland bestemde wapens en munitie van categorie III1De artikelen 26 en 27 Wet wapens en munitie bevatten de afwijkingen van de verbodsbepalingen voor jachtakten als bedoeld in de Flora- en faunawet. Artikel 26 van de Wet wapens en munitie is inmiddels aan de terminologie van de Flora- en faunawet aangepast. Artikel 27 van de Wet wapens en munitie is abusievelijk nog niet aangepast. Deze omissie zal op korte termijn worden gerepareerd. Tot reparatie bij wetswijziging heeft plaatsgevonden, dient artikel 27, tweede lid, onderdeel b, Wet wapens en munitie als volgt te worden gelezen: 'b. op grond van artikel 26, tweede lid, voor de jacht of beheer en schadebestrijding bestemde wapens voorhanden mogen hebben, voor wat betreft het terrein waar zij tot de jacht of beheer en schadebestrijding gerechtigd zijn.. De Wet wapens en munitie bevat nadere eisen voor het voorhanden hebben en dragen van wapens, zoals onder meer een leeftijdgrens, de eis van een redelijk belang en bepalingen in het belang van de openbare orde en veiligheid.
De Flora- en faunawet bevat een nadere uitwerking van de eisen die in het kader van de Wet wapens en munitie worden gesteld aan het voorhanden hebben en gebruik van wapens. Daarnaast zijn op grond van de Flora- en faunawet nadere eisen gesteld omtrent wapens en munitie die mogen worden gebruikt in het kader van jacht of beheer en schadebestrijding in Nederland als bedoeld in de wet. Onverminderd de overige eisen die worden gesteld aan het verlenen van een jachtakte, mogen wapens en munitie die dus niet aan de op grond van de Wet wapens en munitie en de Flora- en faunawet gestelde eisen voldoen, niet op de jachtakte worden bijgeschreven.
Artikel Paragraaf 2
: Inleiding
Onderdeel van Circulaire Afgifte jachtakten Flora- en faunawet· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 24 mei 2002