Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Voor de behandeling van een verklaring van optie is in het Europese deel van Nederland een bedrag van 168 euro verschuldigd, in Curaçao en Sint Maarten een bedrag van 373 Nederlands-Antilliaanse gulden, in een openbaar lichaam een bedrag van 207 USD en in Aruba een bedrag van 373 Arubaanse florin. 2. In geval van gelijktijdige verklaringen van optie van twee met elkaar gehuwde personen, van twee geregistreerde partners of van twee ongehuwden die in een duurzame relatie anders dan het huwelijk of geregistreerd partnerschap samenleven, is voor de behandeling van de verzoeken in het Europese deel van Nederland een bedrag van 286 euro verschuldigd, in Curaçao en Sint Maarten een bedrag van 634 Nederlands-Antilliaanse gulden , in een openbaar lichaam een bedrag van 353 USD en in Aruba een bedrag van 634 Arubaanse florin. 3. Indien bij behandeling van een verklaring van optie als bedoeld in het eerste of tweede lid beoogd wordt een minderjarige te laten delen in de verkrijging van het Nederlanderschap als bedoeld in artikel 6, achtste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, wordt het verschuldigde bedrag in het Europese deel van Nederland vermeerderd met een bedrag van 20 euro per kind, in Curaçao en Sint Maarten een bedrag van 44 Nederlandse-Antilliaanse gulden, in een openbaar lichaam een bedrag van 25 USD en in Aruba een bedrag van 44 Arubaanse florin. Is niet van toepassing op naturalisatieverzoeken of verzoeken tot bevestiging van een optie die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend. Op de bedragen worden voor het jaar 2011 de wijzigingen als bedoeld in artikel 9, van het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002, niet toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel