Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Geen betaling is verschuldigd indien het betreft de verklaring van optie of het verzoek tot naturalisatie van een persoon die ingevolge de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld. 2. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de verplichting tot betaling van het verschuldigde bedrag, indien het betreft het verzoek tot naturalisatie: van een minderjarige die zelfstandig een verzoek indient; van een persoon die ingevolge een administratieve vergissing reeds meer dan een jaar als Nederlander is aangemerkt; van een persoon die op grond van het staatsbelang of van zijn verdiensten voor de staat genaturaliseerd wordt. 3. Het tweede lid, aanhef en onder a en b, is van overeenkomstige toepassing op de behandeling van een verklaring van optie. 4. Geen ontheffing wordt verleend indien de vergissing, bedoeld in het tweede lid, onder b, het gevolg is van frauduleus of onzorgvuldig handelen van de verzoeker. 5. Onze Minister kan de bevoegdheid, bedoeld in het tweede en derde lid, mandateren aan degene bij wie de verklaring van optie moet worden afgelegd of het verzoek tot naturalisatie moet worden ingediend. Met betrekking tot buiten het Koninkrijk afgelegde verklaringen van optie en ingediende verzoeken tot naturalisatie, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken de bevoegdheid, bedoeld in het tweede en derde lid, mandateren aan de hoofden van de diplomatieke en consulaire posten. Is niet van toepassing op naturalisatieverzoeken of verzoeken tot bevestiging van een optie die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend. Op de bedragen worden voor het jaar 2011 de wijzigingen als bedoeld in artikel 9, van het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002, niet toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel