Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 2

Artikel 50

Artikel 50

Onderdeel van Uitvoeringswet Internationaal Strafhof· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

1. De officier van justitie stelt het verzoek om samenwerking in handen van de rechter-commissaris: indien het strekt tot het horen van personen die niet bereid zijn vrijwillig te verschijnen en de gevraagde verklaring af te leggen; indien het strekt tot het meewerken aan een verhoor door het Strafhof van een getuige of deskundige per videoconferentie; indien uitdrukkelijk is gevraagd om een beëdigde verklaring of om een verklaring, afgelegd ten overstaan van een rechter; indien het met het oog op het verlangde gevolg nodig is dat stukken van overtuiging in beslag worden genomen en daartoe bevoegdheidsuitoefening door de rechter-commissaris nodig is. 2. In andere dan de in het eerste lid voorziene gevallen kan de officier van justitie het verzoek van het Strafhof in handen van de rechter-commissaris stellen. 3. De overlegging van het verzoek geschiedt bij een schriftelijke vordering, waarin wordt omschreven welke verrichtingen van de rechter-commissaris worden verlangd. 4. De vordering, bedoeld in het derde lid, kan te allen tijde worden ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel