**1.** De officier van justitie stelt het verzoek om samenwerking in handen van de rechter-commissaris:
indien het strekt tot het horen van personen die niet bereid zijn vrijwillig te verschijnen en de gevraagde verklaring af te leggen;
indien het strekt tot het meewerken aan een verhoor door het Strafhof van een getuige of deskundige per videoconferentie;
indien uitdrukkelijk is gevraagd om een beëdigde verklaring of om een verklaring, afgelegd ten overstaan van een rechter;
indien het met het oog op het verlangde gevolg nodig is dat stukken van overtuiging in beslag worden genomen en daartoe bevoegdheidsuitoefening door de rechter-commissaris nodig is.
**2.** In andere dan de in het eerste lid voorziene gevallen kan de officier van justitie het verzoek van het Strafhof in handen van de rechter-commissaris stellen.
**3.** De overlegging van het verzoek geschiedt bij een schriftelijke vordering, waarin wordt omschreven welke verrichtingen van de rechter-commissaris worden verlangd.
**4.** De vordering, bedoeld in het derde lid, kan te allen tijde worden ingetrokken.
Hoofdstuk 3 › § 2
Artikel 50
Artikel 50
Onderdeel van Uitvoeringswet Internationaal Strafhof· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013