**1.** Tot inbeslagneming als bedoeld in de artikelen 62 en 63 zijn bevoegd de rechter-commissaris en, voor zover die bevoegdheid niet aan de rechter-commissaris is voorbehouden, de officier van justitie en de hulpofficier. Op vordering van de officier van justitie kan de rechter-commissaris de bevoegdheden uitoefenen welke hem als gevolg van het toewijzen van een vordering als bedoeld in artikel 181 van het Wetboek van Strafvordering toekomen.
**2.** De artikelen 94b tot en met 94d, 96 tot en met 119, 552a, 552c, 552ca, 552e en 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4 › § 2
Artikel 64
Artikel 64
Onderdeel van Uitvoeringswet Internationaal Strafhof· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2020