Op 31 mei 2002 is in werking getreden de verordening (EG) van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 (Nr. 1346/2000) betreffende insolventieprocedures (PbEG L 160), hierna aangeduid als EG-insolventieverordening of kortweg de verordening. Deze verordening noopt tot het treffen van enkele wettelijke voorzieningen ter uitvoering van de verordening, met name in de Faillissementswet. Een daartoe strekkend wetsvoorstel is op 12 juli in de Ministerraad behandeld en voor advies naar de Raad van State verzonden. Omdat de verordening reeds in werking is getreden, kunnen er vragen rijzen omtrent de betekenis en gevolgen van de verordening tot het tijdstip waarop dit wetsvoorstel tot wet zal zijn verheven. Met deze brief wordt beoogd daaromtrent duidelijkheid te brengen. Ik verzoek U om de inhoud van deze brief binnen Uw organisatie bekend te maken aan degenen die het aangaat.
Bij brief van 24 juli 2001 is aan de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht advies verzocht over de wenselijkheid van aanpassing van de wetgeving aan de verordening. De Staatscommissie heeft een definitief advies aangeboden op 14 maart 2002. Dit advies is openbaar gemaakt op de website van het Ministerie van Justitie (www.justitie.nl. Vervolgens doorklikken op 'thema's', 'wetgeving', 'rapporten en nota's'). De Staatscommissie heeft, mede gelet op de korte termijn die nog restte tot aan het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening, geadviseerd om alleen die onderwerpen in de uitvoeringswet op te nemen die met de komst van de verordening op korte termijn noodzakelijk zouden moeten worden geregeld. Deze aanbeveling heb ik in het wetsvoorstel overgenomen. Nadat de verordening aan de Staatscommissie was voorgelegd voor advies, heeft overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers vanuit de advocatuur (Insolad) en de rechterlijke macht (Recofa). Dit overleg betrof zowel de praktische consequenties van de Verordening als de mogelijk noodzakelijke aanpassingen van de Faillissementswet. Belangwekkend is in dit verband dat Insolad bij brief van 21 januari 2002 te kennen heeft gegeven dat zodra een onderneming binnen de Europese Unie economische activiteiten van enige omvang ontwikkelt in een andere lidstaat, deze zich bij voorkeur van lokale rechtspersonen bedient en niet van een vestiging in die andere lidstaat, zodat om die reden de verordening doorgaans niet van toepassing zal zijn. Naar verwachting zal de verordening in een beperkt aantal gevallen per jaar moeten worden toegepast.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Circulaire Inwerkingtreding EG-Insolventieverordening· Insolventierecht
Deze tekst geldt sinds 27 augustus 2002