Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Mijnbouwwet· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

De rechthebbende ten aanzien van de oppervlakte van de aardbodem, die een gedoogplicht heeft als bedoeld in artikel 10.9 van de Omgevingswet, heeft recht op een door Onze Minister vast te stellen vergoeding voor het gebruik van de oppervlakte van de houder van een vergunning voor het opsporen van CO2-opslagcomplexen, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte, dan wel het opslaan van stoffen, onverminderd het recht dat de rechthebbende ten aanzien van de oppervlakte heeft op vergoeding van de door deze activiteiten veroorzaakte schade, bedoeld in afdeling 15.2 van de Omgevingswet. De hoogte van de vergoeding voor het gebruik is afhankelijk van de impact van het mijnbouwwerk op de gebruiksrechten en waarde van de oppervlakte voor de rechthebbende ten aanzien van de oppervlakte. Artikelen 4.16 en 4.22 van Stb. 2020/172 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel