Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Onkostenvergoeding leden gedeputeerde staten

Onderdeel van Circulaire vergoeding en onkostenvergoeding statenleden, vergoeding commissieleden en onkostenvergoeding leden gedeputeerde staten· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003

In artikel 21, derde lid, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden is bepaald dat de onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten (genoemd in artikel 21, eerste en tweede lid) voor een gedeputeerde per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. De genoemde consumentenprijsindex voor 2002 is bepaald op 121.6. In 2001 was dat indexcijfer bepaald op 117.6. Dit houdt in dat de bedragen van de onkostenvergoeding per 1 januari 2003 worden verhoogd met 3,4%. Voor uw informatie meld ik u dat het indexcijfer is gebaseerd op gegevens van het CBS van medio november 2002. Met ingang van 1 januari 2003 worden de bedragen genoemd in artikel 21, eerste en tweede lid, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden gewijzigd in € 282,96 resp. € 590.- (fictieve dienstbetrekking).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel