**1.** In een vergunning als bedoeld in artikel 151 wordt bepaald voor welk doeleinde, welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
**2.** In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld of beperkingen opgenomen omtrent:
de maatregelen ter voorkoming dat gedeelten van de groeve, die buiten het vergunningsgebied vallen, worden betreden;
de wijze waarop en frequentie waarmee de metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van de groeve worden gedaan en de resultaten daarvan worden verstrekt, en
de plaatsen van de groeve waaraan wijzigingen worden aangebracht, de omvang van die wijzigingen en de wijze waarop deze tot stand worden gebracht.
[Treedt in werking op het tijdstip waarop de Mijnbouwwet in
werking treedt.]
Hoofdstuk 10 › § 10.3
Artikel 152
Artikel 152
Onderdeel van Mijnbouwbesluit· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003