Het verbod, gesteld in de artikelen 2, aanhef en onder A, en 3, aanhef en onder A, van de wet, alsmede het verbod op het aanwezig hebben, vervoeren, verkopen, afleveren en verstrekken, gesteld in de artikelen 2, aanhef en onder B en C, en 3, aanhef en onder B en C, van de wet, gelden niet indien het een homeopathisch geneesmiddel betreft als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Geneesmiddelenwet dat een opiumwetmiddel bevat waarop de wet betrekking heeft, de farmaceutische vorm van dat product geen hogere concentratie van het middel heeft dan éénmiljoenste deel van de oertinctuur en in de verpakking waarin het product in de handel wordt gebracht niet meer dan 1 microgram van het middel aanwezig is.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Geneesmiddelenwet in werking treedt.
Hoofdstuk 5
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Opiumwetbesluit· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2007