Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › § 1.7

Artikel 1.7.1

Artikel 1.7.1

Onderdeel van Mijnbouwregeling· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003

1. Bij de aanvraag om een vergunning tot aanleg van een pijpleiding als bedoeld in artikel 94 van het besluit verstrekt de aanvrager gegevens omtrent: het tijdvak waarvoor de vergunning wordt gevraagd; het traject van de pijpleiding; de wijze waarop de pijpleiding wordt aangelegd en de diepte waarop de pijpleiding in de bodem wordt gelegd; de resultaten van het onderzoek van het voorgenomen traject in een strook van 600 meter, waarvan de as van de strook samenvalt met het gekozen traject, en waarin is beschreven: het profiel van de zeebodem; de aanwezige obstakels; de ligging van bestaande pijpleidingen en kabels; de grondmechanische eigenschappen; de stratigrafie van de zeebodem, en de analyse en kwaliteit van de bodemmonsters en sonderingen; een rapport van het voorontwerp van de pijpleiding waarin is beschreven: de eigenschappen en diameter van de pijpleiding; de stoffen die erin worden vervoerd; een analyse van de veiligheids- en milieurisico's, en de tijd gedurende welke de pijpleiding wordt gebruikt voor het vervoer van die stoffen. 2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden in viervoud ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel