**1.** Bij de aanvraag om een vergunning tot aanleg van een pijpleiding als bedoeld in artikel 94 van het besluit verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:
het tijdvak waarvoor de vergunning wordt gevraagd;
het traject van de pijpleiding;
de wijze waarop de pijpleiding wordt aangelegd en de diepte waarop de pijpleiding in de bodem wordt gelegd;
de resultaten van het onderzoek van het voorgenomen traject in een strook van 600 meter, waarvan de as van de strook samenvalt met het gekozen traject, en waarin is beschreven:
het profiel van de zeebodem;
de aanwezige obstakels;
de ligging van bestaande pijpleidingen en kabels;
de grondmechanische eigenschappen;
de stratigrafie van de zeebodem, en
de analyse en kwaliteit van de bodemmonsters en sonderingen;
een rapport van het voorontwerp van de pijpleiding waarin is beschreven:
de eigenschappen en diameter van de pijpleiding;
de stoffen die erin worden vervoerd;
een analyse van de veiligheids- en milieurisico's, en
de tijd gedurende welke de pijpleiding wordt gebruikt voor het vervoer van die stoffen.
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden in viervoud ingediend.
Hoofdstuk 1 › § 1.7
Artikel 1.7.1
Artikel 1.7.1
Onderdeel van Mijnbouwregeling· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003