Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.5

Artikel 5.5

Onderdeel van Mijnbouwregeling· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003

1. Een mijnbouwinstallatie met een hoogte van meer dan 30 meter boven gemiddeld zeeniveau is tevens voorzien van een vast, rood licht op het hoogste punt van de installatie. 2. Het in het eerste lid bedoelde licht is zo geplaatst dat het zichtbaar is vanuit ieder punt boven de horizon. 3. Een mijnbouwinstallatie met een hoogte van meer dan 45 meter boven het gemiddeld zeeniveau is tevens voorzien van een zodanig aantal vaste, rode lichten, die halverwege tussen het in het eerste lid genoemde licht en het gemiddeld zeeniveau zijn geplaatst, dat vanuit ieder punt boven de horizon ten minste één daarvan zichtbaar is. 4. De lichten, bedoeld in het eerste en derde lid, branden van zonsondergang tot zonsopkomst en wanneer tussen zonsopkomst en zonsondergang het zicht van de mijnbouwinstallatie minder dan 1500 m bedraagt. 5. De lichten, bedoeld in het eerste en derde lid, hebben elk een sterkte van ten minste 10 candelas.

Rechtspraak bij dit artikel