Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › § 6.2

Artikel 6.2.3

Artikel 6.2.3

Onderdeel van Mijnbouwregeling· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 29 augustus 2017

1. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A1 met een directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met: een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC; twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst; een VHF-DSC-wachtontvanger. 2. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied Al zonder directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met: twee maritieme VHF-radiotelefonie-inrichtingen met DSC; twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst; een VHF-DSC-wachtontvanger. 3. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A2 met een directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met: een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC; twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst; een MF-radiotelefonie-inrichting of een satelliet telefoon die geheel onafhankelijk is van de hierboven genoemde directe verbinding met het openbaar telefoonnet; een VHF-DSC-wachtontvanger; een MF-DSC-wachtontvanger. 4. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A2 zonder directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met: een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC; twee MF-radiotelefonie-inrichtingen; een VHF-DSC-wachtontvanger; een MF-DSC-wachtontvanger; twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst; een HF-radiotelefonie-inrichting voor de aëronautische dienst. 5. Van de in het eerste tot en met vierde lid VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst kan er één van een draagbaar type zijn.

Rechtspraak bij dit artikel