**1.** Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A1 met een directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC;
twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
een VHF-DSC-wachtontvanger.
**2.** Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied Al zonder directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
twee maritieme VHF-radiotelefonie-inrichtingen met DSC;
twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
een VHF-DSC-wachtontvanger.
**3.** Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A2 met een directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC;
twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
een MF-radiotelefonie-inrichting of een satelliet telefoon die geheel onafhankelijk is van de hierboven genoemde directe verbinding met het openbaar telefoonnet;
een VHF-DSC-wachtontvanger;
een MF-DSC-wachtontvanger.
**4.** Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A2 zonder directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC;
twee MF-radiotelefonie-inrichtingen;
een VHF-DSC-wachtontvanger;
een MF-DSC-wachtontvanger;
twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
een HF-radiotelefonie-inrichting voor de aëronautische dienst.
**5.** Van de in het eerste tot en met vierde lid VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst kan er één van een draagbaar type zijn.
Hoofdstuk 6 › § 6.2
Artikel 6.2.3
Artikel 6.2.3
Onderdeel van Mijnbouwregeling· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 29 augustus 2017