De uitvoerder of uitvoerder aardwarmte kiest een afsluiting van een sluitlaag zodanig dat de afsluiting zich op gelijke hoogte bevindt met een sluitlaag, die:
ondoorlatend alsmede voldoende dik en sterk is om de verwachte maximale druk van gassen en vloeistoffen op die diepte te weerstaan;
geen breukvorming vertoont en
zich boven een zone met stromingspotentieel bevindt.
Hoofdstuk 8 › Afdeling 8.5 › § 8.5.2
Artikel 8.5.2.2
Artikel 8.5.2.2
Onderdeel van Mijnbouwregeling· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2023