Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VII › Afdeling 3a

Artikel 38

Belang in tussenmaatschappij waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is

Onderdeel van Besluit fiscale eenheid 2003· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 2021

1. Voor de toepassing van artikel 13d van de wet met betrekking tot een deelneming in een tussenmaatschappij van een fiscale eenheid waarvan ook de belastingplichtige deel uitmaakt of een deelneming die voorheen als zodanig kwalificeerde, wordt de in de jaren, bedoeld in artikel 13d, zesde lid, van de wet, aan een maatschappij waarin die tussenmaatschappij onmiddellijk of middellijk een belang had toe te rekenen winst van de fiscale eenheid geacht mede als positief voordeel uit hoofde van de deelneming te zijn genoten, indien deze winst per saldo uitkomt op een positief bedrag. De vorige volzin is niet van toepassing voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat hij deze winst niet feitelijk op enigerlei wijze direct of indirect als positief voordeel uit hoofde van de deelneming heeft genoten in de jaren, bedoeld in artikel 13d, zesde lid, van de wet. Bij de toepassing van de eerste volzin is artikel 15ah van de wet van overeenkomstige toepassing. 2. Voor de toepassing van artikel 13d van de wet met betrekking tot een deelneming als bedoeld in het eerste lid is artikel 35, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2021.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel