De houder van een burgerluchtvaartuig waarvoor bij de inwerkingtreding van deze wet een bewijs van luchtwaardigheid of een ontheffing als bedoeld in artikel 3.21 is afgegeven, dient zijn aanvraag voor een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring of (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring in, tegelijkertijd met de eerstvolgende aanvraag tot afgifte of verlenging van het bewijs van luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig, dan wel tot afgifte of verlenging van de ter zake verleende ontheffing.
Treedt in werking met uitzondering voor zover het betreft MLA's. Treedt in werking voor zover het betrekking heeft op
luchtvaartuigen met een maximum startmassa van ten hoogste 8.618 kg.
Voor zover het betrekking heeft op luchtvaartuigen met een maximum
startmassa van meer dan 8.618 kg treedt het in werking op 1 januari 2006.
Artikel II
Artikel II
Onderdeel van Wijzigingswet Wet luchtvaart (geluidscertificaat en geluidsverklaring)· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2005