Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aard van de aanvragen

Onderdeel van Subsidieregeling Internationalisering 2004· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 22 juli 2003

Een bijdrage wordt verstrekt in de kosten die door in Nederland gevestigde amateurkunstenaars of professionele podiumkunstenaars worden gemaakt voor het ontwikkelen en uitvoeren van internationale activiteiten. Voor de specifieke aard van de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, wordt verwezen naar het desbetreffende onderdeel van de subsidieregeling. Een in Nederland gevestigde amateurkunstenaar of professionele podiumkunstenaar beschikt over de Nederlandse nationaliteit of heeft zich in Nederland of de Europese Unie gevestigd. Indien een amateurkunstenaar of professionele podiumkunstenaar van buiten de Europese Unie zich in Nederland vestigt, dient deze desgevraagd een kopie van de verblijfsvergunning te overleggen. Zowel meerjarig gesubsidieerde gezelschappen als niet-meerjarig gesubsidieerden kunnen een aanvraag indienen. Meerjarig gesubsidieerden (door het Fonds of door het ministerie van OCenW) kunnen alleen een beroep op de subsidieregeling Internationalisering doen, indien de omvang van het gevraagd subsidie in redelijke verhouding staat tot het totale beschikbare budget van de regeling én tot de hoogte van het beschikbaar meerjarig subsidie van het gezelschap. De regeling Internationalisering 2004 kent de volgende onderdelen, waarvan de subsidievoorwaarden verderop nader worden uitgewerkt: presentaties en profilering van Nederlandse amateurkunst in het buitenland (gebundelde) presentaties van Nederlandse professionele podiumkunsten in het buitenland internationale samenwerkingsprojecten van professionele podiumkunstenaars Nederland Vrijhaven Internationale festivals in Nederland Voor de onderdelen [III], [IV] en [V] geldt dat de activiteiten bij voorkeur plaats dienen te vinden in of met de prioriteitslanden zoals zij zijn vastgesteld in het kader van het internationaal cultuurbeleid of met kunstenaars uit deze landen. Dit geldt eveneens voor aanvragen onder [I] voor zover zij om de profilering van de amateurkunst in het buitenland gaan en voor aanvragen onder [II], voor zover het om gebundelde presentaties gaat. Het gaat om de volgende landen: Canada, Egypte, Indonesië, Japan, Marokko, de Russische Federatie, Suriname, Turkije, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika en de huidige en toekomstige lidstaten van de Europese Unie, met een bijzondere aandacht voor: België (Vlaanderen), Duitsland, Estland, Frankrijk, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel