Voor het indienen van een aanvraag maakt u gebruik van het aanvraagformulier Onderzoek en producties 2004 met bijbehorend begrotingsmodel.
De aanvraag, gesteld in de Nederlandse taal, bestaat uit:
een volledig ingevuld aanvraagformulier (in negenvoud, zie 5.1.);
een gemotiveerd plan (in negenvoud, zie 5.2.);
een begroting met toelichting (in negenvoud, zie 5.3.);
en voor de beoordeling noodzakelijke bijlagen (zie 5.4.).
Op het aanvraagformulier worden onder andere vermeld:
de gegevens van de aanvrager;
de gegevens van de contactpersoon;
op welke discipline(s) (dans, (muziek)theater, muziek) de aanvraag betrekking heeft;
in welke periode het onderzoek of de productie plaatsvindt.
Het gemotiveerde plan beslaat bij voorkeur maximaal vier A-4tjes waarin u een inhoudelijke en organisatorische beschrijving van uw onderzoek of productie geeft. Het verdient aanbeveling om het artistiek inhoudelijke deel door de artistiek verantwoordelijken te laten opstellen. In het algemeen is het van belang uw plan zo concreet mogelijk te beschrijven.
Het bevat de volgende informatie:
Een korte omschrijving van de doelstelling van het onderzoek in artistiek opzicht, de vorm van het onderzoek en wie het onderzoek verricht(en).
De relatie tot eerder door u uitgevoerde onderzoeken of producties. Indien uw aanvraag in het verlengde ligt van een onderzoek of productie die eerder door het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten werd gesubsidieerd, verzoeken wij u het inhoudelijk verslag hiervan bij te voegen.
Schakelt u externe deskundigen in? Motiveer uw keuze.
Vermelding van de wijze waarop aan het onderzoek en de resultaten ervan landelijke bekendheid wordt gegeven en de wijze waarop deze landelijk worden verspreid.
Geef aan wanneer het onderzoek plaatsvindt en wat de onderzoeksperiode is. Motiveer de geplande duur.
Hoe evalueert u uw onderzoek?
Indien uw instelling meerjarig gesubsidieerd is door OcenW: de reden(en) waarom dit onderzoek niet uit uw middelen kan worden gefinancierd (beschikking van OCenW, herziene begroting 2001-2004, activiteitenplan 2004 en jaarrekening 2003 meezenden).
Waarom vindt u dat uw onderzoek voor subsidiëring door het Fonds in aanmerking komt?
Een korte omschrijving van de inhoud, vorm en artistiek concept van uw plan en van de voorgenomen werkmethode (regie, choreografie, muzikaal, mimografisch, muziektheatraal of multidisciplinair concept, vormgeving, dramaturgie, synopsis, manier van werken).
Voorzover van toepassing bij muziekaanvragen: motiveer waarom u, buiten het strikt muzikale programma, tevens subsidie aanvraagt voor toevoegingen zoals video, licht of beeldende kunst.
De relatie tot eerder door u uitgevoerde onderzoeken of producties.
De betekenis van uw aanvraag voor uw verdere artistieke ontwikkeling en/of voor de artistieke ontwikkeling van de professionele podiumkunsten.
Als er binnen uw plan bijzondere aandacht is voor één van de beleidsprioriteiten (culturele diversiteit, jeugd/jongeren, beginnende makers, spreiding) licht dit dan toe.
In hoeverre is er sprake van een belangwekkende bijdrage aan de veelzijdigheid van de podiumkunsten in Nederland?
Vermelding van de uitvoerenden en motivatie van uw keuze. Indien u met amateurs samenwerkt, wat is hiervoor de reden?
Geef aan wanneer de repetitieperiode aanvangt en wat de duur van de repetitieperiode is. Voor theater- en dansproducties bedraagt de maximaal subsidiabele repetitieperiode twee maanden. Een afwijkende repetitieperiode licht u toe. Voor muziekproducties motiveert u het noodzakelijk geachte aantal repetities.
Geef aan in welke periode en in welke circuits de voorstellingen of concerten gespeeld worden. (Let wel: het Fonds subsidieert voor theater-, dans- en muziektheaterproducties maximaal een speelperiode van één maand. Voor producties gericht op jeugd/jongeren geldt een maximum van twee maanden. Het Fonds stelt voor muziekproducties subsidie beschikbaar per concert. Tegen overlegging van opties of contracten die meer speelbeurten garanderen, kan een langere periode gesubsidieerd worden.)
Beschrijf hoe u uw plan gaat realiseren: produceert u zelf of brengt u het onder bij een producent? In dit laatste geval dient u een intentieverklaring van de producent bij te voegen. Of is er sprake van een co-productie? Zo ja, met wie? Motiveer uw keuze.
Geef aan wie de organisatie vormen en wat de functies zijn. Motiveer uw keuze.
Beschrijf kort door wie en hoe speelplaatsen voor uw productie worden benaderd, welke reeds zijn benaderd en welke nog volgen.
Geef aan hoe het publiek geworven wordt en of er sprake is van specifieke publieksgroepen. Geef een toelichting als het één van de beleidsprioriteiten (culturele diversiteit, jeugd/jongeren, beginnende makers, toegankelijk repertoire, spreiding) betreft.
Hoe evalueert u uw productie?
Indien uw instelling meerjarig gesubsidieerd is door OCenW: de reden(en) waarom deze productie niet uit uw middelen kunnen worden gefinancierd (beschikking van OCenW, de herziene begroting 2001-2004, het activiteitenplan 2004 en de jaarrekening 2003 meezenden).
Waarom vindt u dat uw productie voor subsidiëring door het Fonds in aanmerking komt?
Voor de subsidieregeling Onderzoek en producties 2004 maakt u gebruik van het bijbehorende begrotingsmodel.
Subsidiabel zijn die kosten die vallen binnen de periode waarin het onderzoek of de productie wordt uitgevoerd en/of - voorzover het meerjarig door rijk, provincie of gemeente gesubsidieerde instellingen betreft - die kosten die niet behoren tot de reguliere exploitatie en taakuitoefening van de aanvrager. Tot de reguliere kosten van exploitatie en taakuitoefening worden geacht te behoren: vaste personeelslasten, voorziening voor de instandhouding en uitbreiding van gebouwen, bouwkundige voorzieningen en vaste technische installaties en automatiseringsapparatuur, waaronder de aanschaf van hardware.
Baten en lasten dient u zo volledig mogelijk te begroten. Als u over een BTW-nummer beschikt, dan begroot u baten en lasten exclusief omzetbelasting.
Wanneer u van plan bent voorstellingen en concerten in het buitenland te geven, moet u de lasten en baten die daarmee gemoeid zijn ook in de begroting verwerken.
Het Fonds verzoekt u de begrotingsposten zoveel mogelijk te specificeren en indien u dit nodig acht een toelichting bij uw begroting te voegen.
Ter bepaling van de hoogte van het te verlenen subsidie gelden de volgende richtlijnen:
Medewerkers aan een productie worden gehonoreerd conform de voor de sector geldende CAO of daarmee vergelijkbare salaris- en honorariumregelingen of de gangbare salarisniveaus en zijn verzekerd voor het risico loondoorbetaling bij ziekte, pensioenen en dergelijke.
Subsidiabel zijn in het geval van:
theaterproducties: een maand salaris per achttien speelbeurten en een maximale repetitieperiode van twee maanden. Is een afwijkende repetitieperiode noodzakelijk, dan licht u dit toe in uw aanvraag.
dansproducties: een maand salaris per veertien speelbeurten en een maximale repetitieperiode van twee maanden. Is een afwijkende repetitieperiode noodzakelijk, dan licht u dit toe in uw aanvraag.
muziekproducties: een honorarium per musicus per concert en per repetitie. Het noodzakelijk geachte aantal repetities en de hoogte van de honoraria licht u toe in uw aanvraag.
In de begroting maakt u onderscheid tussen loonkosten die betrekking hebben op werknemers (in loondienst) en honoraria van freelancers; beide onder vermelding van de contractduur en -omvang.
In de begroting kunt u uitgaan van een opslag van twintig procent van het bruto maandsalaris ten behoeve van sociale lasten. In de verantwoording van het subsidie gaat u uit van de werkelijke sociale lasten. Het percentage pensioenpremie blijkt uit uw overeenkomst met uw pensioenfonds.
Voor libretti en (muziek)theaterteksten geldt het volgende. Subsidiabel is het overeengekomen honorarium tot een maximum van 12.500 euro voor een avondvullende productie van ten minste 75 minuten en tot een maximum van 5.000 euro voor een niet-avondvullende productie van ten minste 30 minuten.
Let wel: Het oneigenlijke gebruik van de status van freelancer of zelfstandige kan leiden tot navorderingen loonheffing en sociale verzekeringspremie als de fiscus en/of de uitvoeringsinstelling concluderen dat sprake is van werknemers. Laat u zo nodig adviseren door de belastingdienst, de uitvoeringsinstelling, uw werkgeversorganisatie of vakbond. Navorderingen en boetes zijn overigens niet subsidiabel.
Sinds 2003 bent u automatisch verzekerd van pensioenopbouw. Daarom vragen wij sofinummers of geboortedata van de medewerkers. Meer informatie vindt u op de website (www.fapk.nl)
Tot de voorbereidingskosten behoren alle kosten - met uitzondering van salarissen en honoraria - die u maakt om de productie 'speelklaar' te maken.
Tot de uitvoeringskosten worden gerekend die kosten - met uitzondering van salarissen en honoraria - die gepaard gaan met het uitvoeren van de productie, de dagkosten.
Onder publiciteit en educatie neemt u alle kosten op die samenhangen met publiekswerving voor uw productie en verspreiding van de resultaten van uw onderzoek.
In de begroting kunt u uitgaan van een maximum van vijf procent van de totale lasten zoals aangegeven op het (begrotings) model. Bij de verantwoording neemt u de werkelijke kosten met een maximum van vijf procent van de totale lasten op. In dit forfait zijn de kosten voor een goedkeurende accountantsverklaring opgenomen. Een accountantsverklaring is vereist indien de begrote lasten verbonden aan een onderzoek of productie meer dan 250.000 euro bedragen, dan wel het maximaal verleende subsidie meer dan 25.000 euro bedraagt.
Er moet een redelijke verhouding bestaan tussen de begrote publieksinkomsten, de beoogde publieksgroepen en het beoogde speelcircuit. Het Fonds bepaalt de redelijkheid van de begrote uitkoopsom en gaat daarbij uit van minimaal:
een uitkoopsom van 500 euro voor jeugdvoorstellingen kleine zaal/onderwijs;
een uitkoopsom van 750 euro voor een kleine-zaalproductie;
een uitkoopsom van 1.250 euro voor jeugdvoorstellingen grote zaal/onderwijs;
een uitkoopsom van 2.000 euro voor een grote-zaalproductie.
Wat betreft de verhouding tussen eigen inkomsten, uitvoeringskosten en kosten van publiciteit het volgende. Bij producties moeten de uitvoeringskosten, vermeerderd met de kosten van publiciteit, ten minste gedekt worden door de eigen inkomsten (uitkoopsommen). Indien deze kosten niet gedekt kunnen worden door de eigen inkomsten, moet u dit toelichten in uw aanvraag.
In beginsel wordt er van uitgegaan dat er naast het Fonds ook andere Nederlandse subsidiënten zijn. Te denken valt aan particuliere fondsen (onder andere VSB Fonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, Stichting Doen) en sponsoren. Vermeld in de begroting welke andere subsidiënten en/of sponsors u heeft benaderd.
De inbreng van coproducenten neemt u gekapitaliseerd op. Hierbij geldt dat:
de vergoeding die u betaalt aan een coproducent voor door de coproducent ter beschikking gestelde goederen niet hoger is dan het bedrag dat op grond van de historische kostprijs berekend wordt, rekening houdend met de geldende afschrijvingspercentages;
de vergoeding die u betaalt aan een coproducent voor door de coproducent geleverde diensten indien het diensten betreft die in het algemeen door soortgelijke instellingen in eigen beheer worden verricht niet hoger is dan het bedrag dat gelijk is aan de kosten die u zou hebben gehad bij het verrichten van de diensten in eigen beheer;
de vergoeding die u betaalt aan een coproducent voor door de coproducent aan u geleverde diensten anders dan hiervoor bedoeld niet hoger is dan het bedrag dat voor het doen verrichten van dergelijke diensten door andere organisaties gebruikelijk kan worden geacht.
Vermeld in de begroting welke andere subsidiënten u heeft benaderd. Vermeld ook of u subsidie heeft gevraagd bij gemeente of provincie, bijvoorbeeld in het kader van het Actieplan Cultuurbereik.
Voorzover u voor dezelfde activiteiten tevens subsidie heeft aangevraagd bij een ander bestuursorgaan (zoals Mondriaan Stichting, Nederlands Fonds voor de Film) neemt u deze op in de begroting onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag. Subsidie die gedurende de subsidieperiode van andere bestuursorganen is of wordt verkregen voor dezelfde activiteiten als waarvoor in het kader van deze subsidieregeling subsidie is verleend, wordt in mindering gebracht op het verleende subsidie.
Voor de beoordeling noodzakelijke bijlagen zijn:
een activiteitenoverzicht: opgave van aantal en spreiding van de activiteiten en van het deelnemers- en/of bezoekersaantal (in negenvoud).
curricula vitae van makers, medewerkers en uitvoerenden (in negenvoud);
een inhoudelijk verslag van het vorige door het Fonds gesubsidieerd onderzoek of productie (in negenvoud);
voorzover het een tekst betreft die niet algemeen bekend is: de tekst van het stuk, het libretto of tekstfragmenten (in negenvoud);
indien het nieuwe of zelden uitgevoerde composities betreft: de partituur of een gedeelte daarvan (in enkelvoud);
video- en / of filmfragmenten van relevant eerder werk (in enkelvoud);
relevante opnamen op cd of band van werken van de componist, van de voorgestelde uitvoerenden (in enkelvoud);
voorzover in uw plan composities zijn opgenomen die niet algemeen bekend zijn, muziekfragmenten op cd of band (in enkelvoud);
voorzover uw aanvraag poppen- en objecttheater betreft, foto's of illustraties van poppen en objecten (in enkelvoud);
voorzover beschikbaar: kopieën van opties en contracten (in enkelvoud);
een kopie van de oprichtingsakte of indien meer recent de statuten van de aanvrager (in enkelvoud);
indien aanvrager meerjarig door het Ministerie van OCenW gesubsidieerd is: de beschikking van het Ministerie van OCenW, de herziene begroting 2001-2004, het activiteitenplan 2004 en de jaarrekening 2003 (in enkelvoud).
Het is van belang dat foto's, illustraties, videobanden, geluidsbanden en cd's voorzien zijn van de naam van de aanvrager en van de titel van de activiteiten. U kunt op het aanvraagformulier aangeven of u dit materiaal na afloop van de bezwaartermijn terug wilt ontvangen.
Artikel 5
Aanvragen
Onderdeel van Subsidieregeling Onderzoek en producties 2004· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 22 juli 2003