Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Beoordelingscriteria

Onderdeel van Subsidieregeling Onderzoek en producties 2004· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 22 juli 2003

De commissie beoordeelt in behandeling genomen aanvragen Onderzoek en producties 2004 aan de hand van de volgende specifieke criteria: aanvragen gericht op onderzoek worden beoordeeld op het leveren van een bijzondere bijdrage aan de ontwikkeling van de aanvrager en van de podiumkunsten; aanvragen voor producties worden beoordeeld op de artistieke kwaliteit van het plan, de makers en de uitvoerenden. Kernbegrippen daarbij zijn vakmanschap, zeggingskracht, oorspronkelijkheid. In hoeverre is er sprake van een belangwekkende bijdrage aan de veelzijdigheid van de podiumkunsten in Nederland? De kwaliteit van de aanvrager op het gebied van productie, organisatie, financieel beheer, marketing en publiekswerving en zijn kwaliteit in de functie van werkgever (arbeidsvoorwaarden, arbeidstijden, arbeidsomstandigheden en dergelijke). Ook wordt de redelijkheid van de begroting beoordeeld. Alleen indien een aanvraag voldoet aan deze specifieke beoordelingscriteria, beoordeelt de commissie aan de hand van de volgende aanvullende criteria. Het Fonds geeft voorrang aan aanvragen die aan één of meer van de volgende aanvullende criteria voldoen. In hoeverre is er sprake van een aanvraag waarvan het team van initiatiefnemers een multiculturele achtergrond heeft en/of in hoeverre is er sprake van bijzondere aandacht voor producties specifiek gemaakt voor een cultureel divers samengesteld publiek? In hoeverre is er sprake van bijzondere aandacht voor producties specifiek gemaakt voor jeugd en jongeren? In hoeverre is er sprake van bijzondere aandacht voor onderzoeken en producties die bijdragen aan de artistieke ontwikkeling van beginnende podiumkunstenaars? In hoeverre is er sprake van bijzondere aandacht voor het verhogen van de kwaliteit van het toegankelijke repertoire waardoor de belangstelling voor de podiumkunsten wordt gestimuleerd? In hoeverre is er sprake van zowel spreiding van speelbeurten over het land als van vestigingsplaats van de aanvragers?

Rechtspraak bij dit artikel