Een bijdrage kan worden verstrekt in de kosten die in Nederland gevestigde amateurkunstenaars, groepen, ensembles, verenigingen en amateurkader maken voor het uitvoeren van amateurkunst activiteiten, zoals:
het ontwikkelen, invoeren en verspreiden van (relatief) nieuw of onbekend repertoire, nieuwe activiteiten, vakinhouden, methoden en werkvormen;
het incidenteel bevorderen van de deskundigheid door middel van scholing, opleiding en begeleiding van amateurs, amateurkader en consulenten, hierin nadrukkelijk begrepen educatieve projecten die zijn gericht op de opleiding en/of de kwaliteitsontwikkeling van amateurs;
bijzondere manifestaties en onderzoek (voor zover niet wetenschappelijk);
activiteiten die op een andere wijze van bijzondere betekenis zijn voor het amateurveld.
Lokale en regionale activiteiten kunnen alleen voor subsidiëring in aanmerking komen indien zij zich in artistiek of methodisch opzicht duidelijk onderscheiden van reguliere amateurkunstactiviteiten. Om budgettaire redenen kan aan deze categorie van activiteiten een lagere prioriteit worden toegekend.
De activiteiten worden grotendeels in Nederland uitgevoerd door in Nederland gevestigde kunstenaars of gezelschappen. Activiteiten zijn openbaar toegankelijk en/of vinden binnen het basis- of voortgezet onderwijs plaats.
Let wel: Activiteiten die plaatsvinden binnen of gericht zijn op het primair, voortgezet en hoger onderwijs, alsmede reguliere activiteiten van kunsteducatie-instellingen komen niet voor subsidiëring in aanmerking.
Binnen deze subsidieregeling is door het Ministerie van OCenW voor de periode 2002-2004 een apart budget beschikbaar gesteld ter bevordering van de operette, dat wil zeggen alle vormen van amateur muziektheater dat voor wat betreft inhoud en vorm verwant is aan, ofwel zijn oorsprong vindt binnen de geldende operettetraditie.
Daarbij kan het gaan om:
bestaand operetterepertoire in een nieuwe enscenering, vertaling of arrangement;
nieuw of vernieuwend operetterepertoire en
geadapteerd operarepertoire.
Tevens kunnen aanvragen worden ingediend voor composities en arrangementen en nieuwe arrangementen van bestaand repertoire.
Het Fonds kan besluiten subsidie te verlenen voor activiteiten die meer dan één jaar beslaan. Het subsidie wordt in dat geval gefaseerd beschikbaar gesteld. Tussentijdse evaluatie van de gerealiseerde activiteiten speelt daarbij een rol.
Instellingen die meerjarig door het Ministerie van OCenW worden gesubsidieerd kunnen voor een subsidie in aanmerking komen. Deze instellingen moeten echter aantonen dat de plannen niet kunnen worden gefinancierd uit de eigen activiteitenmiddelen.
Artikel 2
Aard van de aanvragen
Onderdeel van Subsidieregeling Activiteiten amateurkunst 2004· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2003