Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Regeling loonsuppletie

Onderdeel van Sociaal plan voor leraren onderwijs in allochtone levende talen (oalt-leraren)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 2 april 2003

Niet in alle gevallen zal het lukken voor een oalt-leraar die als gevolg van de aanscherping van de kwalificaties voor taalondersteuning met ontslag wordt bedreigd, een nieuwe functie te vinden op het niveau van het hoger onderwijs. In deze gevallen kan een beroep worden gedaan op de regeling voor loonsuppletie. Deze regeling zal opgenomen worden in hoofdstuk 6 van het BBWO (”Reïntegratiebevorderende regelingen”). In hoofdlijnen komt deze regeling op het volgende neer. Een oalt-leraar die als gevolg van de aanscherping van de kwalificaties voor taalondersteuning dreigt werkloos te worden of feitelijk werkloos is geworden, en die een betrekking aanvaardt (binnen of buiten het onderwijs) met een lager maximumsalaris dan waar hij in de oude betrekking recht op had, heeft recht op loonsuppletie. In de eerste vijf jaar na het aanvaarden van de nieuwe betrekking wordt het salaris volledig aangevuld tot aan het oude salarisniveau; in de jaren daarna en doorlopend tot aan het pensioen vindt aanvulling plaats tot 90% van het oude salarisniveau. Bij de berekening van de loonsuppletie wordt verder de gebruikelijke systematiek gevolgd van het BBWO. Als in de periode van het recht op loonsuppletie een betrokkene een baan op het oude lerarenniveau krijgt, vervalt vanzelfsprekend de loonsuppletie. Het recht daarop kan echter herleven als de persoon in kwestie uit deze baan ontslagen wordt en weer een baan op een lager niveau aanvaardt. Daarbij moet wel aan de overige voorwaarden van loonsuppletie worden voldaan. Het moet dus opnieuw gaan om het aanvaarden van een lager betaalde baan, omdat de betrokkene dreigt werkloos te worden of feitelijk werkloos geworden is en de betrokkene moet het recht op een bovenwettelijke uitkering niet blijvend geheel zijn geweigerd. Het loon in de nieuwe betrekking wordt geacht niet lager te zijn dan het maximum van schaal 4, het niveau van de onderwijsassistent. Als het om een lager betaalde functie gaat buiten de onderwijssector, wordt gekeken naar een met deze onderwijsschaal vergelijkbaar functieniveau. Uitgangspunt bij het vinden van een nieuwe betrekking is dat de betrekkingsomvang tenminste gelijk is aan de omvang van de oude betrekking. Verder wordt een reisduur voor de nieuwe betrekking van twee uur per dag op basis van het openbaar vervoer redelijk geacht, tenzij in de oude betrekking langere reistijden voor de betrokkene al gebruikelijk waren. Er wordt eerst gezocht naar passende functies binnen het onderwijs, met een voorkeur voor de sector primair onderwijs; daarna wordt gekeken naar passende functies die dicht tegen het onderwijs aan liggen, waardoor optimaal van de binnen het onderwijs opgebouwde expertise van de betrokkene gebruik wordt gemaakt. Vervolgens komen ook overige passende functies in beeld. Tenslotte wordt eerst gezocht naar een nieuwe betrekking bij de oude werkgever, daarna naar een nieuwe betrekking binnen het grondgebied van de gemeente en tenslotte ook buiten het grondgebied van de gemeente waar de betrokkene (hoofdzakelijk) werkzaam is.

Rechtspraak bij dit artikel