Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Incidentele nominale eindejaarsuitkering

Onderdeel van Financiële arbeidsvoorwaarden per 1 maart 2003· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 11 juni 2003

Als onderdeel van de 13e maand wordt er voor 2003 een incidentele nominale uitkering uitbetaald. Gelet op de specifieke berekening en doorwerking van dit onderdeel, wordt die in een aparte paragraaf behandeld. De nominale eindejaarsuitkering maakt onderdeel uit van de 13e maand en geldt dus voor al het personeel dat in dienst is bij een instelling die valt onder de sector PO en VO en die wordt bekostigd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De opbouw van de nominale uitkering vindt maandelijks plaats volgens de onder paragraaf 3.4 opgenomen rekenformule. In het geval de dienstbetrekking met een betrokkene wordt beëindigd, wordt de opgebouwde uitkering direct met hem verrekend. De hoogte van de nominale uitkering bedraagt 100 euro bruto op jaarbasis bij een normbetrekking, maar kan op jaarbasis nooit meer bedragen dan dat bedrag. De berekeningswijze is als volgt: NU x BG : NS. NU = Nominale uitkering per maand (100 : 12 = 8,33). Om uitvoeringtechnische redenen worden de maanden januari tot en met april 2003 maandelijks vastgesteld op 8,34. BG = de berekeningsgrondslag, waarbij BG = BS - BK waarbij: BS = Bruto-salaris per maand BK = Bruto-kortingen per maand NS = Normsalaris per maand Onder bruto-korting wordt verstaan een korting wegens: • anticumulatie bepaling; • schorsing; • staking; • gedeeltelijk of volledig buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging; • pc-regeling. Een korting in verband met seniorenbeleid (BAPO) en een korting in verband met ziekte na 18 maanden (artikel 4 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BZA)) worden niet beschouwd als een bruto-korting. De uitkomst van de berekening per maand wordt rekenkundig afgerond op 2 cijfers achter de komma en kan nooit groter zijn dan 8,33 euro (m.u.v. de maanden januari tot en met april 2003, waar de uitkomst niet groter kanzijn dan 8,34 euro). In de maand december dan wel in de maand waarin het ontslag plaatsvindt, worden de vastgestelde uitkomsten per maand bij elkaar opgeteld. De uitkering maakt geen onderdeel uit van het jaarinkomen ABP dat van toepassing is voor de berekening van de OP/NP-, IP- en FPU-premie, maar maakt wel onderdeel uit van het loon sociale verzekeringswetten (coördinatieloon). De doorwerking van de nominale eindejaarsuitkering in de uitkeringen (BWOO en BBWO) is nog een onderwerp van (technisch) uitwerkingsoverleg.

Rechtspraak bij dit artikel