Hieronder wordt informatie gegeven over de hoogte van de groeidrempel en de omvang van de groeiformatie bij de leerlingentelling voor (bijzondere) groeiformatie.
Als in de periode 1 augustus tot en met 31 maart van het schooljaar het aantal leerlingen (fors) is gestegen, kan de school mogelijk aanspraak maken op groeiformatie. Indien in de periode 1 april tot en met 31 mei van het schooljaar het aantal leerlingen (extreem) is toegenomen kan mogelijk aanspraak worden gemaakt op bijzondere groeiformatie. Nieuw gestichte basisscholen kunnen de eerste telling voor groeiformatie indienen nadat zij voor het eerst een 1oktobertelling hebben ingediend. Hieronder wordt ingegaan op de exacte toename in het aantal leerlingen dat vereist is om in aanmerking te komen voor (bijzondere) groeiformatie.
Een school heeft recht op groeiformatie als het aantal leerlingen tenminste 13 leerlingen hoger is dan het aantal leerlingen op de reguliere teldatum van het voorgaande schooljaar (1 oktober 2002), verhoogd met drie procent. Het getal dat hier uitkomt, wordt naar beneden afgerond op een geheel getal. Dit betekent dat een school die op 1 oktober 2002 200 leerlingen telde, in aanmerking komt voor groeiformatie op het moment dat de school (200 x 1,03 +13 =) 219 leerlingen telt. Bij een tweede en volgende toekenning van groeiformatie wordt het nieuwe aantal leerlingen vergeleken met het aantal leerlingen op het vorige groeimoment. Zodra het aantal leerlingen opnieuw met 13 is toegenomen, kan opnieuw groeiformatie aangevraagd worden. Bij de school in dit rekenvoorbeeld is dat bij (219 + 13 =) 232 leerlingen. Wellicht ten overvloede: groeiformatie wordt slechts toegekend voor het lopende schooljaar en eindigt dus op 31 juli.
Als op het telformulier wordt aangegeven dat het ”groei eerste schooldag” betreft, ontstaat de aanspraak op groeiformatie vanaf 1 augustus (zie ook onder paragraaf 4.5).
Voor extreme groei ná 31 maart van het schooljaar kan de school (uiterlijk tot en met 31 mei) aanspraak maken op bijzondere groeiformatie. Deze aanspraak ontstaat indien het aantal leerlingen van 1 april tot en met 31 mei is toegenomen met minimaal 26 leerlingen ten opzichte van het aantal leerlingen op 31 maart. Een dergelijke situatie doet zich soms voor bij oplevering van een nieuwbouwwijk. Bijzondere groeiformatie kan per schooljaar slechts eenmaal worden toegekend.
De groeiformatie respectievelijk de bijzondere groeiformatie bedraagt 8,72 fre per extra leerling, bestaande uit 8,28 fre extra groepsformatie en een verhoging van 0,44 fre voor het formatieve deel van de toeslag voor de schoolleiding. Voor een school die in aanmerking komt voor de ”kleine scholen toeslag”, wordt deze toeslag verminderd met 2,5 fre per extra leerling.
De extra groeiformatie, de verhoging van het formatieve deel van de toeslag voor de schoolleiding en de vermindering van de ”kleine scholen toeslag” worden ieder afzonderlijk afgerond tot een heel getal.
Voor die scholen, waarvan de formatie is aangevuld met een ”zeer kleine scholen toeslag” tot een totale formatie van 530 fre’s, wordt de ”zeer kleine scholen toeslag” evenredig verminderd met de berekende groeiformatie.
Artikel 3
Hoogte groeidrempel en omvang groeiformatie
Onderdeel van Leerlingentelling voor groeiformatie voor basisscholen· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 2003