**1.** De Minister neemt ingevolge het gevaar als bedoeld in artikel 2.1.1 uitsluitend strafbare feiten in aanmerking:
die zijn gepleegd;
waarvoor een veroordeling is uitgesproken;
ingevolge waarvan aanzienlijke voordelen zijn of kunnen worden behaald; waaronder financiële middelen, zaken, producten, diensten, gegevens, informatie, waardepapieren, concurrentievoordeel, goodwill, goede naam of en andere voordelen zonder een in het zakelijk verkeer gebruikelijke tegenprestatie;
waarvan de voordelen kunnen worden benut in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de aanvrager of houder dan wel de activiteiten waarvoor de vergunning is bedoeld;
die worden aangemerkt als een misdrijf; en
die van zodanig gewicht zijn dat in handeling en gevolg de rechtsorde dan wel economische, maatschappelijke of openbare belangen kunnen worden geschaad.
**2.** Het eerste lid, onder b is niet van toepassing op de weigering of intrekking van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer en openbaar vervoer per trein.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2
Artikel 2.1.2
Onderdeel van Beleidsregel toetsing vergunningen personenvervoer aan de Wet Bibob· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 29 mei 2003