De Minister neemt ingevolge een aanwijzing of vermoeden als bedoeld in artikel 2.3.1 uitsluitend gepleegde strafbare feiten in aanmerking die:
waarvoor een veroordeling is uitgesproken;
er naar de aard op zijn gericht de beoordeling van de aanvraag of bestendiging van een vergunning te begunstigen;
zijn verricht in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de ontvanger of houder dan wel de activiteiten waarvoor de vergunning wordt verstrekt,
worden aangemerkt als een misdrijf; en
van zodanig gewicht zijn dat in handeling en gevolg de rechtsorde dan wel economische, maatschappelijke of openbare belangen kunnen worden geschaad.
**2.** Het eerste lid, onder b is niet van toepassing op de weigering of intrekking van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer en openbaar vervoer per trein.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.2
Artikel 2.3.2
Onderdeel van Beleidsregel toetsing vergunningen personenvervoer aan de Wet Bibob· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 29 mei 2003