Ingevolge artikel 15, eerste lid, van het Statuut worden voorstellen van rijkswet door de Koningin gelijktijdig aan de parlementen van de drie landen gezonden. De eerstverantwoordelijke minister levert drie originelen van het voorstel van rijkswet, drie ondertekende memories van toelichting en drie maal de eventuele bijlagen aan bij het Kabinet der Koningin (1). In verband met de vereiste gelijktijdigheid verstuurt het Kabinet drie koninklijke boodschappen, elk voorzien van een voorstel van rijkswet, een memorie van toelichting en eventuele bijlagen. Deze koninklijke boodschappen zijn gericht aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (2), de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba. De exemplaren ten behoeve van de Staten van de Nederlandse Antillen en van Aruba worden bij brief door de directeur van het Kabinet der Koningin aangeboden aan de Gouverneurs van beide landen (3). Het Kabinet der Koningin zendt deze brieven per diplomatieke post naar de Nederlandse Antillen en Aruba, waarbij kosteloos gebruik gemaakt kan worden van de verzendfaciliteiten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In de aanbiedingsbrief worden de Gouverneurs verzocht zorg te dragen voor de doorgeleiding aan de Staten (4). Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, ontvangt van het Kabinet der Koningin een kopie van de aanbiedingsbrief aan de Gouverneurs (3).
Gaat het om een regeling die slechts in één of twee landen van het Koninkrijk zal gelden, dan wordt het voorstel via de Gouverneur aan de Staten van het land waarin de regeling niet zal gelden niet ter overweging, maar slechts ter kennisneming toegezonden.
Artikel II
De koninklijke boodschap
Onderdeel van Procedures voor totstandkoming en bekendmaking rijksregelgeving· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2003