Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het in artikel 3 van dit besluit bedoelde vervoer. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
de constructie, inrichting en uitrusting van militaire luchtvaartuigen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd;
de constructie, inrichting en uitrusting van inrichtingen, voertuigen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen op een luchthaven worden geladen of gelost;
de keuring van de inrichtingen, voertuigen en werktuigen, bedoeld in onderdeel b, van dit artikel;
het opstellen van een risico-inventarisatie met betrekking tot het vervoeren, laden of lossen van daartoe aangewezen gevaarlijke stoffen;
de begeleiding van het vervoer met militaire luchtvaartuigen en de eisen die aan de begeleider worden gesteld;
de eisen waaraan moet worden voldaan bij het laden en lossen van gevaarlijke stoffen met militaire luchtvaartuigen en eisen waaraan moet worden voldaan bij het parkeren van dergelijke luchtvaartuigen;
de belading van militaire luchtvaartuigen met inbegrip van samenlading en externe lading;
het doen van aanvragen of meldingen met betrekking tot handelingen inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3 van dit besluit;
de documenten die worden gebruikt bij de handelingen inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3 van dit besluit;
de eisen waaraan verpakking en etiketten of aanduidingen op de verpakking moet voldoen.
Artikel XVI van Stb. 2009/400 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht met militaire luchtvaartuigen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2009