Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Opbouw toetsingskader

Onderdeel van Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs (OCW)· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 25 mei 2003

Het toetsingskader voor nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs bestaat uit: een beoordelingskader, bestaande uit onderwerpen, facetten en criteria beslisregels een beschrijving van de werkwijze bij de toetsing van nieuwe opleidingen, met daarbij de criteria voor beoordeling van de toetsing en van het toetsingsrapport door de NAO. De beslissing over accreditatie van een nieuwe opleiding wordt gebaseerd op een toets aan de hand van zes onderwerpen.1In de WHW art. 5.8,lid 2 wordt hiervoor het begrip 'aspect van kwaliteit' gehanteerd. Deze onderwerpen zijn: doelstellingen opleiding programma inzet van personeel voorzieningen interne kwaliteitszorg condities voor continuïteit De genoemde onderwerpen worden beoordeeld aan de hand van facetten en daarbij behorende criteria (zie hoofdstuk 2). Voor de toetsing van nieuwe opleidingen zijn beslisregels vastgesteld (zie hoofdstuk 3). Voor de toetsing van nieuwe opleidingen is een werkwijze op hoofdlijnen vastgesteld. Hoewel de criteria voor alle nieuwe opleidingen dezelfde zijn, zal de breedte van de toetsing kunnen variëren. Voor opleidingen die nog niet bestaan in het Nederlandse hoger onderwijs of die inhoudelijk substantieel afwijken van bestaande opleidingen zal een meer intensieve toets worden uitgevoerd dan voor opleidingen die al bestaan in het Nederlandse hoger onderwijs. De NAO baseert haar oordeel over de nieuwe opleiding op een toets, die in haar opdracht wordt uitgevoerd. Deze toets resulteert in een toetsingsrapport. Er zijn criteria opgesteld voor de beoordeling daarvan (zie hoofdstuk 4 over de werkwijze toetsing nieuwe opleidingen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel