Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Beslisregels toetsing

Onderdeel van Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs (OCW)· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 25 mei 2003

Het voorstel voor de nieuwe opleiding wordt getoetst in opdracht van de NAO. Daarbij wordt voor elk van de facetten vastgesteld of de beoordeling voldoende of onvoldoende is. Voor een positief resultaat van de toetsing dient het oordeel over elk onderwerp uit het beoordelingskader voldoende te zijn. Het oordeel per onderwerp komt tot stand op basis van weging van oordelen over de afzonderlijke facetten van dat onderwerp. Er wordt inzichtelijk gemaakt hoe de beoordeling van de verschillende facetten heeft geleid tot het samenvattend oordeel over een onderwerp,met andere woorden hoe - gegeven de criteria uit dit toetsingskader - op basis van de analyse per facet het oordeel per onderwerp tot stand is gekomen. Bij het eindoordeel over de nieuwe opleiding zal de NAO aangeven hoe dit is gebaseerd op de feiten, de analyse van de feiten en de beoordeling van de opleiding op basis van dit toetsingskader. Wanneer er sprake is van verschillende varianten van een nieuwe opleiding (voltijd, deeltijd en/of duaal), dan moet uit de beoordeling blijken dat voor elke variant de basiskwaliteit is gewaarborgd op grond van de criteria in de beoordelingskader om te komen tot een positief eindoordeel over de opleiding. Indien een nieuwe opleiding onder één CROHO-registratie zal worden aangeboden op meerdere locaties, dan zal voor een positief resultaat van de toetsing vereist zijn dat uit de beoordeling blijkt dat elke locatie zal voldoen aan de in dit toetsingskader genoemde criteria voor basiskwaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel