Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Behandeling door de directeur

Onderdeel van Skal-Reglement Bezwaar· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 augustus 2003

4.1. De directeur kan verklaren dat het bezwaar niet ontvankelijk is, indien: het bezwaar niet voldoet aan de gestelde eisen van artikel 3, eerste lid; de directeur gaat hier eerst toe over nadat appellant een redelijke termijn is geboden het ingestelde bezwaar aan te vullen; de in het vorige lid genoemde termijn wordt overschreden; het besluit waartegen bezwaar is aangetekend appellant niet of niet rechtstreeks raakt. 4.2. De directeur kan verklaren dat een bezwaar kennelijk ongegrond is indien er geen enkele goede reden bestaat voor het bezwaar. 4.3. Indien daartoe redenen aanwezig zijn kan de directeur, zonder appellant te horen, bepalen, dat aan het bezwaarschrift volledig wordt tegemoet gekomen, indien anderen daarvan geen nadeel ondervinden. 4.4. Indien appellant en eventuele andere belanghebbenden schriftelijk te kennen hebben gegeven af te zien van het recht om gehoord te worden, kan de directeur op het ingediende bezwaar beslissen. 4.5. Een besluit als in het eerste tot en met het vierde lid bedoeld, wordt niet genomen dan na advies van de betrokken Skal-medewerker(s) en de secretaris. 4.6. Van een besluit als in het eerste tot en met het vierde lid bedoeld, worden appellant en eventuele andere belanghebbenden ten spoedigste op de hoogte gesteld. Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel