Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 4.1

Artikel 36

Individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Participatiewet· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Op aanvraag van een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering, kan het college, gelet op de omstandigheden van die persoon, een individuele inkomenstoeslag verlenen. 2. Tot de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval gerekend: de krachten en bekwaamheden van de persoon; en de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. 3. Indien aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, in de periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag, een individuele inkomenstoeslag is verleend, wordt de aanvraag afgewezen. 4. De artikelen 43, 49 en 52 zijn niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel