Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.
bij een netto inkomen per maand
bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan
en minder dan
€
0,00
€
672,38
8,00%
x ink
€
672,38
€
726,15
5,14%
x ink
€
726,15
€
1.733,81
8,00%
x ink
- € 20,77
€
1.733,81
€
1.851,75
7,20%
x ink
- € 18,70
€
1.851,75
8,00%
x ink
- € 33,46
§ 6
Artikel 12
Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit vroegere arbeid
Onderdeel van Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026