Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 7

Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Onderdeel van Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2026

Niet tot de middelen, bedoeld in artikel 31 van de wet, worden gerekend: de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3 van de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp; de eenmalige uitkering en het voorschot, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014; de vergoeding, bedoeld in artikel 16 van het Besluit tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht, alsmede vaststelling van geluidszones (Interim-aanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht); de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Uitkeringsregeling Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie; de eenmalige uitkering toegekend aan oud-mijnwerkers in verband met silicose; de eenmalige uitkering ingevolge de Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen; de individuele uitkeringen in het kader van tegoeden Tweede Wereldoorlog aan leden van de Joodse, Sinti, Roma en Indische gemeenschappen; een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste de in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, genoemde gezamenlijke waarden per maand en per kalenderjaar; de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2 van de Tijdelijke regeling eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening; de uitkering, bedoeld in artikel 3 van de Vaststellingsovereenkomst houdende een regeling voor een collectieve partiële afwikkeling van schade die mogelijk verband houdt met DES-gebruik tijdens zwangerschap, die is gehecht aan de beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 1 juni 2006, R05/1743 (LJN: AX6440) en bij die beschikking op grond van artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verbindend is verklaard voor de in artikel 1 van die overeenkomst bedoelde personen; de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4 van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom; de vergoeding, toegekend aan slachtoffers van seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk, bedoeld in de Compensatieregelingen R.-K. Kerk Nederland; de financiële tegemoetkoming in de geleden schade, bedoeld in het Statuut voor de buitengerechtelijke afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding in verband met seksueel misbruik van minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen en de uitkering, bedoeld in de Tijdelijke regeling uitkeringen seksueel misbruik minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen; de eenmalige bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 21a, eerste lid, van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen, dan wel artikel 21a, eerste lid, van het Besluit bijzondere militaire pensioenen; de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregel tegemoetkoming Q-koorts; betalingen door de Dienst Toeslagen inzake: de compensatie of aanvullende compensatie, bedoeld in artikel 2.1, artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1, of tweede lid, artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1, of tweede lid, of artikel 2.14h van de Wet hersteloperatie toeslagen; de O/GS-tegemoetkoming en aanvullende O/GS-tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.6, artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, of tweede lid, of artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, of tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen; het forfaitair bedrag, bedoeld in artikel 2.7, artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3, of artikel 2.9 b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3, van de Wet hersteloperatie toeslagen; de incidentele noodvoorziening, bedoeld in artikel 2.8 of artikel 2.14i van de Wet hersteloperatie toeslagen; de bijzondere tegemoetkoming kinderopvangtoeslag, bedoeld in artikel 2.9 van de Wet hersteloperatie toeslagen; de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 49g van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, zoals dat luidde op 25 januari 2021; de tegemoetkoming aan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind als bedoeld in afdeling 2.2 van de Wet hersteloperatie toeslagen, of de tegemoetkoming aan de nabestaanden van een overleden kind als bedoeld in afdeling 2.2a van de Wet hersteloperatie toeslagen; de tegemoetkoming, bedoeld in Afdeling 2.5 van de Wet hersteloperatie toeslagen. het voorschot, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE; een uitkering als bedoeld in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, met uitzondering van het deel van de uitkering dat vanwege de derving van levensonderhoud wordt verstrekt aan nabestaanden; de eenmalige aanvullende financiële bijdrage van de Stichting Zorg na Werk in Coronazorg; een eenmalige uitkering als bedoeld in de Tijdelijke regeling eenmalige uitkering Dutchbat-III-veteranen; een schadevergoeding als bedoeld in de Civielrechtelijke regeling ter uitvoering van het arrest van de Hoge Raad van 19 juli 2019 inzake Staat/Stichting Mothers of Srebrenica, Ministerie van Defensie (Stcrt. 2021, 27109); een tegemoetkoming als bedoeld in de Beleidsregel tegemoetkoming Wet wijziging geregistreerd geslacht 1985–2014; de tegemoetkoming, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten; de schadevergoeding die door de Stichting Vergoeding schade slachtoffers schietincident Alphen aan den Rijn is toegekend aan de overlevenden en nabestaanden van het schietincident in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011; de schadevergoeding die is verkregen door nabestaanden van personen die als gevolg van het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014 zijn overleden; de eenmalige uitkering in verband met langdurige post-COVID klachten aan zorgmedewerkers op grond van de Regeling zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten; de compensatie, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet compensatie wegens selectie aan de poort; het eenmalige bedrag, bedoeld in het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst; de betalingen die verband houden met de herziening van de door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap genomen besluiten inzake: herziening van het recht op studiefinanciering; terugvordering van studiefinanciering; en boete, die zijn genomen op grond van de controlewerkwijze waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft geconstateerd dat sprake was van indirecte discriminatie; de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling, en het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die wet; betalingen door het Instituut Mijnbouwschade Groningen, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen, inzake: de vergoedingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdelen b en c van de Tijdelijke wet Groningen; de maatregelen of vergoedingen, bedoeld in artikel 2, negende lid, van de Tijdelijke wet Groningen; de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de Tijdelijke wet Groningen; de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vierde lid, van de Tijdelijke wet Groningen voor de eigenaar van een gebouw voor de door hem gemaakte kosten voor bouwkundig en financieel advies; de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1a van het Besluit Tijdelijke wet Groningen; het oplossen van knelpunten, bedoeld in artikel 1a.1 van de Regeling Tijdelijke wet Groningen; betalingen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake: de vergoeding, bedoeld in artikel 13i, tweede lid, van de Tijdelijke wet Groningen; de vergoeding, bedoeld in artikel 13ia, derde lid, van de Tijdelijke wet Groningen; de vergoeding, bedoeld in artikel 13ib, derde lid, van de Tijdelijke wet Groningen; de vergoedingen, bedoeld in artikel 13j, eerste lid, onderdeel b en onderdeel c, van de Tijdelijke wet Groningen; de vergoeding, bedoeld in artikel 13m, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen; de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vijfde lid, van de Tijdelijke wet Groningen; betalingen door de gemeenten Eemsdelta, Groningen en Midden-Groningen op grond van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekte uitkering, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, van de Tijdelijke wet Groningen; vergoeding door de exploitant, bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen van schade als bedoeld in artikel 177 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk; de eenmalige vergoeding, bedoeld in de Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel