Deze verordening verstaat onder:
a.
productschap
:
Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten;
b.
secretaris
:
secretaris van het productschap;
c.
ondernemer
:
natuurlijke- of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;
d.
granen
:
de gewassen wintertarwe, zomertarwe, winterrogge, zomerrogge, wintergerst, zomergerst, haver, triticale, kanariezaad en boekweit;
e.
peulvruchten
:
de gewassen veldbonen, landbouwstambonen, ronde groene erwten, gele erwten, schokkers, kapucijners en rozijn- of grauwe erwten;
f.
andere gewassen
:
de gewassen olievlas, winterkoolzaad, blauwmaanzaad, karwij, mosterdzaad, raapzaad (Brassica rapa var. silvestris), zomerkoolzaad (Brassica napus var. napus);
g.
omzet
:
de financiële jaaromzet behaald over zaaizaad van de producten, genoemd onder d, e en f, exclusief de rechten verkregen uit licenties uit het buitenland.
§ 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Heffingsverordening GZP fonds zaaizaad van granen, peulvruchten en andere gewassen jaar 2004· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 8 februari 2004