Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Rijksbesluit op de consulaire tarieven· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2004

1. Diensten waarvoor op grond van artikel 2, eerste lid, van de Rijkswet op de consulaire tarieven vergoeding aan Onze Minister is verschuldigd, zijn: het afgeven van een grosse van, een afschrift van of een uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand; het voltrekken van een huwelijk; het opmaken van een notariële akte; het afgeven van een grosse van, een afschrift van, of een uittreksel uit een notariële akte; handelingen van vrijwillige rechtspraak; het horen of ondervragen van een getuige of deskundige in een burgerlijke zaak op last van de rechter in het Koninkrijk, daaronder begrepen het opmaken van een proces-verbaal; het opmaken van een laissez-passer voor een stoffelijk overschot of een certificaat ter begeleiding van een urn; het opmaken van een consulaire verklaring omtrent een persoon betreffende gegevens die tot bewijs strekken; het bemiddelen bij het oplossen van financiële en andere de belanghebbende betreffende problemen die verband houden met het verblijf in het buitenland; het verlenen van een rijksvoorschot; het bemiddelen bij een onderzoek naar het welzijn van een persoon, daaronder begrepen een onderzoek in geval van vermissing; het bemiddelen bij het achterhalen van of het doen van onderzoek naar een adres; het verifiëren van een document of een persoonsgegeven; het bemiddelen bij het doen verifiëren van een document of een persoonsgegeven; het legaliseren van een document; het bemiddelen bij het legaliseren van een document; het legaliseren van een handtekening; het bemiddelen bij het verkrijgen van een document; het behandelen van een aanvraag om een visum; het bemiddelen bij het aanvragen van een visum; het bemiddelen bij het afleggen van een examen; het bemiddelen bij een geneeskundig onderzoek; het uitvoeren van een bijzondere opdracht; en andere bij regeling van Onze Minister aangeduide diensten. 2. Bij regeling van Onze Minister kunnen de in het eerste lid aangeduide diensten nader worden omschreven en onderverdeeld in afzonderlijke diensten. 3. Bij regeling van Onze Minister wordt de vergoeding vastgesteld die is verschuldigd voor de bij of krachtens het eerste en het tweede lid aangeduide diensten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel