**1.** De bezoldiging van de voorzitter van een tuchtgerecht houdt in:
per jaar een bedrag ter hoogte van twee-, drie-, dan wel viermaal de voor leden van de Raad vastgestelde forfaitaire vergoeding voor representatiekosten, afhankelijk van het aantal zaken dat door het tuchtgerecht is behandeld in het kalenderjaar dat aan het desbetreffende jaar is voorafgegaan, overeenkomstig de tabel die als bijlage bij deze verordening is gevoegd;
per zitting een bedrag ter hoogte van driemaal de voor leden van de Raad vastgestelde vacatievergoeding;
per zaak die zonder zitting wordt afgedaan een bedrag ter hoogte van de helft van de voor leden van de Raad vastgestelde vacatievergoeding; en
een vergoeding voor reis- en verblijfkosten, overeenkomstig de voor leden van de Raad geldende regeling.
**2.** Het eerste lid is, met uitzondering van onderdeel a, van toepassing op de plaatsvervangend voorzitter die als voorzitter optreedt.
**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangend voorzitter die tevens fungeert als voorzitter van een kamer van het tuchtgerecht.
**4.** De Bestuurskamer kan bij besluit een bedrijfslichaam toestaan af te wijken van de grenswaarden in de tabel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
§ 2
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBO· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2004