**1.** Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-leverbaar verkoopt of heeft verkocht aan handelskaarthouders, is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.
**2.** De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.
**3.** De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden betaald aan de desbetreffende handelskaarthouder, die daartoe namens het productschap het betrokken heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom en de aldus geïncasseerd heffing, tegelijk met inzending van het aangifteformulier aan het productschap overmaakt; door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
**4.** Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
**5.** Het bestuur van het productschap stelt vast, na advies van de Normen en prijzencommissie, indien daartoe termen aanwezig zijn, dat bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen-leverbaar op het tijdstip van verkoop.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
§ 4
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 2003· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2003