Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 34

Artikel 34

Onderdeel van Regeling luchtvaartvertoningen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 7 november 2015

1. De deelnemer met een categorie A demonstratietoestel, zeilvliegtuig of valschermzweeftoestel zorgt ervoor dat ten aanzien van de vertoningvlucht: de vertoninglijn en de minimum scheidingsafstanden zoals weergegeven in tabel 5 van de bijlage, behorend bij deze regeling, in acht worden genomen; de vastgestelde minimum vlieghoogte in acht wordt genomen; de uitvoering van het onderdeel niet eerder begint dan na het bereiken van de vastgestelde minimum vlieghoogte en de minimum scheidingsafstanden zoals weergegeven in tabel 5 van de bijlage, behorend bij deze regeling, in acht worden genomen; manoeuvres zodanig worden uitgevoerd dat de vertoninglijn niet wordt overschreden; geen convergerende vluchten in de richting van de vertoninglijn worden uitgevoerd; in een luchtverkeersdienstverleningsgebied klasse C tot en met G niet wordt gevlogen met een snelheid groter dan 250 knopen, tenzij in de vergunning dan wel in een tijdelijk gebied met beperkingen een grotere snelheid is vastgesteld; de minimum zichtweersomstandigheden zoals vastgesteld in tabel 4 van de bijlage, behorend bij deze regeling, in acht worden genomen, onverminderd het bepaalde in artikel 20. 2. Het eerste lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing indien: het demonstratietoestel na de start een van het publiek af gerichte bocht maakt teneinde naar de vertoninglijn en de minimum hoogte te worden gemanoeuvreerd; na het beëindigen van de vertoning het demonstratietoestel naar de baan wordt gestuurd, waarbij de hartlijn van de baan niet richting het publiek overschreden wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel